De overheidsschuld in de zin van het Verdrag van Maastricht, is de nominale
waarde van alle aan het einde van een periode ( jaar, trimester) uitstaande
brutoverplichtingen van de sector "overheid", met uitzondering van de
verplichtingen waarvan de corresponderende financiële activa door de sector "overheid" worden aangehouden.
Deze verplichtingen hebben betrekking op de volgende rubrieken: chartaal geld
en deposito's, effecten met uitzondering van aandelen (exclusief financiële
derivaten) en leningen, overeenkomstig de definities van het ESR 95.
|
De sector "overheid" wordt uit een economisch oogpunt gedefinieerd met
verwijzing naar het Europees stelsel van economische rekeningen (ESR 95). Deze
sector omvat alle institutionele eenheden die tot de niet-marktproducenten
behoren. De sector "overheid" is onderverdeeld in de volgende subsectoren :
-
De subsector "centrale overheid" omvat alle bestuursinstellingen van de
Staat en andere centrale instellingen waarvan de bevoegdheid zich uitstrekt
over het hele grondgebied, met uitzondering van de wettelijke sociale
verzekeringsinstellingen.
-
De subsector "deelstaatoverheid" omvat de bestuursinstellingen die
onder de bevoegdheid vallen van de gemeenschappen en de gewesten met
uitzondering van de sociale verzekeringsinstellingen op deelstaatniveau.
-
De subsector "lagere overheid" omvat de instellingen van openbaar
bestuur waarvan de bevoegdheid zich slechts tot een lokaal gedeelte van het
grondgebied uitstrekt met uitzondering van de plaatselijke sociale
verzekeringsinstellingen. Tot de lagere overheid behoren o.a. de provincies en
de gemeenten.
-
De subsector "wettelijke sociale verzekeringsinstellingen" omvat alle
institutionele eenheden op centraal, deelstaat- en lokaal niveau waarvan de
hoofdactiviteit bestaat uit het verstrekken van sociale uitkeringen en waarvan
de voornaamste inkomsten bestaan uit verplichte sociale bijdragen. Onder deze
sector vallen het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en
de Rijksdienst voor sociale zekerheid.
|